Wie geld heeft geleend, moet dit terugbetalen, meestal met
rente. Als de schulden op tijd en correct worden betaald, is er
meestal niets aan de hand. Wordt echter niet of te weinig
betaald, dan heeft een schuldeiser verschillende mogelijkheden
het bedrag waarop hij recht heeft te incasseren. Een eerste stap
zal in de meeste gevallen een herinnering zijn. Vaak wordt
daarin al medegedeeld dat extra kosten (incassokosten en
wettelijke rente) in rekening worden gebracht als niet binnen de
gestelde termijn wordt betaald. Soms - bijvoorbeeld als het een
vordering van de overheid betreft - wordt het bedrag verhoogd
met een boete of verhoging.
Schriftelijk reageren!
Het is verstandig om, als u het niet eens bent met de schuld, zo
snel mogelijk schriftelijk te reageren. Bij voorkeur doet u dit
per aangetekende post. Veel mensen bellen naar aanleiding van
een brief hun schuldeiser op. Het nadeel hiervan is, dat het kan
voorkomen dat de boodschap bij de verkeerde persoon terechtkomt
of wordt vergeten. Als dan later wordt ontkend, dat u gereageerd
heeft, moet u dit bewijzen. Vaak lukt dit niet meer. Het is dan
uw woord is tegen dat van een ander. Gevolg is dat u "met lege
handen staat". Bewaart u altijd copiëen van de door u verstuurde
brieven.
Brieven van de overheid:
beschikkingen
De mogelijkheid om te reageren op brieven van de overheid (bijvoorbeeld
belastingaanslagen) is aan een bepaalde termijn gebonden is.
Meestal is deze termijn zes weken. Als u niet tijdig reageert,
heeft u in de meeste gevallen uw rechten verspeeld. U kunt dan
niets meer doen. In de brief van de overheid moet vermeld staan
wat u moet doen als u het er niet mee eens bent. Begrijpt u niet
goed wat er moet gebeuren, wint u dan zo snel mogelijk advies in
bij een deskundige, bijvoorbeeld het Buro voor Rechtshulp. Bij
het Buro voor Rechtshulp is een eerste gesprek gratis.
Betalingsregeling
Als u het wel eens bent met de inhoud van de brief, maar u kunt
niet of niet onmiddellijk betalen, vraagt u dan om een
betalingsregeling. Doet u dit bij voorkeur schriftelijk. Een
schuldeiser is echter niet verplicht om betaling in termijnen te
accepteren. Het feit dat u een schuld niet kunt betalen is bijna
nooit een geldige reden om niet of te laat te betalen. Dit komt
geheel voor uw risico. Ook de extra kosten die aan te late
betaling zijn verbonden komen veelal voor uw rekening.
De rechter
Is de schuldeiser een burger, bedrijf of organisatie, dan kan
deze aan de rechter vragen u te veroordelen om het verschuldigde
bedrag te betalen. U ontvangt dan een officieel stuk van een
deurwaarder. Hij komt dan een dagvaarding brengen. Als u niet
thuis bent, wordt de dagvaarding in de brievenbus gedeponeerd.
In dit stuk wordt u opgeroepen voor de rechter te verschijnen.
Tevens worden het tijdstip en de reden vermeld. U bent niet
verplicht om te verschijnen. Gaat het om een procedure bij de
arrondissementsrechtbank, dan moet u, als u wilt verschijnen,
een advocaat inschakelen. Bij de kantonrechter is dit niet
verplicht. In sommige gevallen ontvangt u een brief van de
griffier van het kantongerecht, namelijk als het gaat om een
vereenvoudigde dagvaarding.
Als u niet verschijnt dan zal de schuldeiser meestal gelijk
krijgen. U wordt dan "bij verstek veroordeeld". Vanaf het moment
dat u dit vonnis heeft gezien, kunt u daartegen actie ondernemen
door zelf een procedure te beginnen. Dit heet verzet. Bij de
arrondissementsrechtbank bent u ook dan verplicht een advocaat
in te schakelen. Doet u dit wel zo snel mogelijk, omdat de
termijn voor verzet maar twee weken is.
Als de schuldeiser gelijk krijgt, dan ontvangt hij een vonnis,
waarboven staat "in naam der Koningin". Dit heet een grosse. U
ontvangt een afschrift. Met de grosse, kan de deurwaarder beslag
gaan leggen.
Het dwangbevel
Is de schuldeiser een overheidsorgaan, dan kan deze in veel
gevallen de deurwaarder een stuk laten bezorgen, dat dwangbevel
heet. Ook hierboven staat "in naam der Koningin". In sommige
gevallen moet echter ook de overheid naar de rechter. Dit geldt
bijvoorbeeld voor de Sociale Dienst bij terugvordering van
bijstand.
Tegen het dwangbevel kunt u zich ook verzetten. Meestal staat in
het dwangbevel wat u moet doen. Ook in dit geval is het
verstandig om zo snel mogelijk juridische hulp in te roepen. Met
het dwangbevel kan de deurwaarder ook beslag leggen.
Beslag
Als u na een veroordeling of een dwangbevel nog niet betaalt,
dan kan de schuldeiser de deurwaarder bijna alles wat van u is,
laten verkopen. Uw spullen en/of uw eigen huis worden dan in
beslag genomen. Zolang het beslag geldt, mag u niets met deze
spullen doen. Doet u dat toch, dan bent u strafbaar. Ook kan hij
ervoor zorgen dat uw werkgever een gedeelte van uw loon niet
meer aan u uitbetaalt, maar aan de deurwaarder. Dit kan ook bij
de instantie waarvan u een uitkering ontvangt, bijvoorbeeld de
Sociale Dienst of het GAK. De deurwaarder kan ook verlangen dat
de bank opgeeft hoeveel er op uw rekening staat. Vervolgens kan
hij eisen dat de bank uw geld aan hem betaalt. U kunt dan niets
meer van deze rekening opnemen.
De deurwaarder kan niet uw hele loon of uitkering in beslag
nemen. Hij moet eerst bekijken, hoeveel u zou ontvangen als u
een bijstandsuitkering (inclusief vakantiegeld) zou krijgen. Van
dit bedrag mag u 90% houden. Dit heet "de beslagvrije voet".
Alles wat u meer ontvangt dan deze beslagvrije voet moet de
werkgever of de uitkerende instantie aan de deurwaarder betalen.
Naarmate uw inkomen hoger is, loopt dit dus flink op.
Als u het niet eens bent met het beslag dat is gelegd - er
kunnen immers fouten worden gemaakt - kunt u het beste naar een
advocaat gaan. Deze kan dan nagaan of hij iets aan het gelegde
beslag kan doen. Uw advocaat kan bijvoorbeeld een kort geding
aanspannen tegen de schuldeiser.
Ook is het mogelijk dat uw schuldeiser een procedure tegen u wil
starten en vreest dat uw vermogen is verdwenen als u éénmaal
veroordeeld bent. Hij kan dan met toestemming van de President
van de rechtbank beslag leggen. Hierover ontvangt u van te voren
geen bericht. U kunt een advocaat inschakelen om het beslag weer
ongedaan te maken.
Faillissement
Als u meerdere schulden niet betaalt, kan één van den
schuldeisers uw faillissement aanvragen. Daarvoor zijn tenminste
twee schuldeisers vereist. Dit is een procedure bij de rechtbank,
waartegen u zich kunt verweren. Juridisch advies is ook hier
onmisbaar. Als u failliet wordt verklaard, komt er
tegelijkertijd op al uw bezittingen en gelden beslag te ligggen.
Dit vermogen wordt dan beheerd door een advocaat, die als
curator wordt benoemd. De curator moet ervoor zorgen dat uw
bezittingen op een eerlijke manier onder alle schuldeisers
worden verdeeld. Hij kan een openbare verkoop organiseren.
Sommige mensen denken dat ze door een faillissement van alle
schulden af zijn. Dit is absoluut niet het geval. Als er
namelijk niet genoeg vermogen/ geld is hetgeen vaak voorkomt,
wordt het faillissement opgeheven. Dit wordt opheffing wegens
gebrek aan baten genoemd. U moet dan alle schulden, die dan nog
niet betaald zijn, alsnog betalen. Beslag en een nieuw
faillissement zijn dan weer mogelijk.