De Surseance van Betaling:
De Surseance van Betaling
(artikelen 213-283 Faillissementswet) is een uitstel van betaling, verleend door
de rechtbank. In de faillissementswet staat dat surseance van betaling kan
worden verleend aan een natuurlijk persoon die een zelfstandig beroep uitoefent
en voorziet dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn
schulden.Een verzoekschrift kan ook worden ingediend als faillissement is
aangevraagd door één van de crediteuren en het minnelijk traject niet kan worden
doorlopen. Het verzoekschrift dient te worden ingediend door een (advocaat)
procureur.
Na de invoering van de WSNP kunnen particulieren geen surseance
van betaling meer aanvragen.
Als de rechtbank je verzoekschrift heeft behandeld en je bent
toegelaten, stelt de rechtbank een bewindvoerder aan. De taak van de
bewindvoerder is om toezicht te houden op de schuldenaar gedurende de looptijd
van de regeling. Er volgt publicatie van het vonnis in de krant en alle post
loopt via de bewindvoerder (de postblokkade).
De surseance wordt in eerste
instantie voor zes weken verleend, maar kan daarna onder bepaalde voorwaarden
verlengd worden met anderhalf jaar. Daarbij wordt de mogelijkheid gegeven om na
die periode nogmaals te verlengen voor anderhalf jaar.
Het akkoord in surseance van betaling:
Een minnelijk
akkoord kan gelijktijdig met het verzoekschrift van de surseance van betaling
bij de rechtbank worden gelegd. Indien vervolgens de gekwalificeerde meerderheid
het akkoord accepteert, kan het akkoord dwingend worden opgelegd aan de
weigerachtige crediteuren.
De surseance loopt in dat geval niet anderhalf
jaar, maar kan binnen enkele maanden zijn afgerond. Uiteraard dient het
saneringskrediet na beëindiging van de surseance middels het akkoord, nog wel te
worden afgelost aan de kredietverstrekker.
In vergelijking met het akkoord in de WSNP zijn er diverse bezwaren verbonden aan een akkoord in surseance van betaling. In de eerste plaats zijn de kosten van een bewindvoerder veel hoger en ten tweede is de meerderheidseis bij een akkoord zwaarder. Om deze redenen wordt slechts 5% van de surseances middels een akkoord beëindigd.
In de praktijk is de surseance meer een soort voorportaal van het faillissement geworden. Er zijn plannen om in de nabije toekomst de surseanceregeling grondig te herzien. Dit geeft het resultaat waar het uiteindelijk voor is opgezet: een adempauze gunnen aan de ondernemer zodat een levensvatbare onderneming na verkrijging van een krediet kan doorstarten.